De slappe jank

De slappe jank

Ik denk dat iedereen wel eens de slappe jank heeft gehad. Ik weet niet of het een bestaande term is. Ik noemde het eens de slappe jank als tegenhanger van de slappe lach: het hield maar niet op. Ik maakte zo’n onstuitbare waterval van tranen voor het eerst mee na het overlijden van mijn moeder. Mijn niet-genomen rouw leidde jaren later tot een burn-out.

© Freepik

Ik dacht toen dat het aan mij lag en vond mezelf heel erg raar, maar inmiddels weet ik beter. Ik moest eraan denken toen een vriend, die in een scheiding verwikkeld is, vertelde dat hij een hele dag had gehuild. Zijn tranen gingen over van alles: het verdriet om de scheiding, de teleurstelling om het feit dat het niet was geworden wat iedereen had gehoopt, het gemis van wat ooit een warme liefde was, de last waarmee ze hun kinderen opzadelen, de boosheid over het gedoe wat de scheiding met zich meebrengt.

Zie ook Boeken over scheiding

Eigenlijk maakte het niet uit wat het was. “Het is allemaal om te janken”, vond hij. Dat het er allemaal in één keer uitkwam, terwijl hij in de weken ervoor geen traan had gelaten, vond hij vreemd. Zo was hij helemaal niet. Hij schaamde zich er een beetje voor, voelde zich een labiel weekdier.

Onstuitbare waterval van tranen

Ook een cliënt van me maakte het mee. Een gevalletje slappe jank was de aanleiding om zich ziek te melden, waarna de huisarts een burn-out constateerde. Mijn cliënt begreep niet waar die onbedaarlijke huilbui vandaan kwam, maar in het coachtraject werd langzaam duidelijk dat er nog heel veel was waarover hij niet had gerouwd. Heel lang had hij niet gehuild, heel lang had hij zich groot gehouden en was hij maar doorgegaan. Tot het niet meer vol te houden was en hij bezweek onder de waterval van tranen.

Lees ook Burn-out en verlies – de kip en het ei

Ik was ook zo’n flinkerd die het allemaal wel aankon. Huh-huh. Tot ik de slappe jank kreeg, een paar maanden nadat mijn moeder was overleden. Ik had tot dat moment nauwelijks gehuild. Af en toe een half ingeslikte traan en wat vaag gesnotter, maar verder kwam ik er prima doorheen. Dacht ik.

Tot ik in de auto op de radio God only knows van de Beach Boys hoorde en de sluizen opengingen. Geen idee wat dat nummer nou precies in beweging zette, maar er was geen houden meer aan. Ik moest de auto aan de kant zetten om uit te huilen. Het was een onstuitbare waterval van tranen, janken met van die lange uithalen, die mijn middenrif deden schokken en me pijn in mijn buikspieren bezorgden. Ik heb anderhalf uur op de parkeerplaats gestaan voor ik in staat was naar huis te rijden, waar het de rest van de dag gewoon doorging.

Waar ik nou zo om moest huilen, weet ik nog steeds niet. Het kan van alles geweest zijn; in die periode ging ik van de ene begrafenis naar de andere crematie. Elf uitvaarten had ik dat jaar en er gebeurde nog veel meer. Waar ze ook om waren, ik wist alleen dat al die tranen zich niet langer meer lieten tegenhouden.

Rouw als oorzaak van burn-out

Niet-genomen rouw is een van de onderliggende oorzaken van burn-out, stelt Jane Coerts in haar onlangs verschenen boek Van burn-out naar levenszin. Ik ben het daar grondig mee eens en herken het ook bij mezelf, in mijn geschiedenis, en bij cliënten. Mijn burn-out kwam nadat ook mijn vader was overleden: vier jaar na die eerste slappe jank. Pas toen kwam er echt ruimte voor het verdriet.

 

Ik ben er in de loop van de tijd steeds meer van overtuigd geraakt dat het nodig is om tranen er regelmatig uit te laten, in plaats van ze op te potten of weg te duwen. Het kost zoveel energie om ze binnen te houden, het deksel op de kist te houden.

Want als het niet meer lukt om ze binnen te houden, komen ze er als een waterval uit. Soms zijn het verse tranen, soms tranen die er al zo lang zitten, dat we helemaal niet meer wisten dat we ze hadden. Tranen uit je kindertijd soms nog, die nu ineens aangeraakt en losgeschud worden door een herinnering, een oude foto of een anekdote van vroeger.

Bijna altijd komen we ook in de coaching oud verdriet tegen, want de manier waarop we nu rouwen is de manier waarop we het hebben geleerd. Alleen hebben we het niet altijd geleerd of hebben we het geleerd op een manier die niet (meer) bij ons past.

Hoe heb je geleerd verdriet te hebben?

Als je als kind bijvoorbeeld hebt geleerd dat ‘grote jongens niet huilen’ of dat ‘je maar lief moet zijn voor mama omdat ze al zo’n verdriet heeft’, dan leer je niet om verdriet op een gezonde manier te reguleren. Als er niemand beschikbaar was, fysiek en/of emotioneel, om jou te troosten of te steunen, die vroeg waarom je zo moest huilen en je gewoon even verdrietig liet zijn, dan is de kans groot dat je daar op latere leeftijd, bij een nieuwe verlieservaring tegenaan loopt.

Rouwen is (ook) ruimte maken voor verdriet en pijn, ruimte om ons hart op te schonen. Want daar komen de tranen vandaan, stelde Leonardo da Vinci al. Tranen komen uit het hart en niet uit het brein. Ik denk dat het daarom is dat een huilbui zo kan opluchten.

Lees ook De drijvende krachten bij stress, rouw en verlies

Een plotselinge waterval van tranen kan dus een waarschuwingssignaal zijn, dat je tranen al te lang hebt opgespaard, maar ook de bekende druppel die de emmer doet overlopen. Zeker als je zo de slappe jank hebt dat je eigenlijk niet meer weet waarover. Een coach kan je helpen ruimte te geven aan je verdriet en je helpen een burn-out te voorkomen of, als die burn-out zich al heeft aangediend, daarvan te herstellen.

 

Kijk hier als je meer wilt weten over mij of hoe anderen de coaching hebben ervaren. Wil je informatie over de mogelijkheden, tarieven of een afspraak maken, neem dan contact op. Je krijgt altijd binnen 24 uur een reactie.